Copyright © Alle rechten voorbehouden. Ontwikkeld door Serif. Gebruiksvoorwaarden | Privacybeleid
Home.De oprichting.De geschiedenis.Jaardiners en Lustra.Activiteiten.

Tafelrede van de voorzitter van “de Vereeniging De Sphinx”, de heer drs. P. De Kiefte tijdens het diner ter gelegenheid van het 28ste lustrum op 23 februari 2006.

 

Dames en heren tafelgenoten en lustrumvrienden,

 

In de Groene Zaal vierde op 23 mei 1991 De Sphinx, op grootse wijze zijn 125 jarig bestaan met een receptie, die door vele mensen werd bezocht. Journalisten en fotografen waren aanwezig. Na de receptie vond een feestelijk diner plaats, waarbij behalve 44 leden, burgemeester Havermans en zijn echtgenote aanwezig waren. Er werden talrijke toespraken gehouden en de burgemeester reikte namens de gemeente de stadspenning van Den Haag uit aan de toenmalige voorzitter, de heer Douma. Van de toen aanwezige leden is alleen dhr Troost ook nu aanwezig.

 

Vandaag doen wij het wat bescheidener. De heer Douma is overleden, de stadspenning is zoek, burgemeester Havermans zit in de Rekenkamer en De Sphinx heeft niet 111 herenleden, zoals toen, maar 80 dames en herenleden.

 

Dat neemt niet weg dat we stil moeten en willen staan bij 140 jaar De Sphinx. De heren oprichters waren in 1866 nog onwetend van opkomst en verval van communisme en nationaal socialisme, zij vermoedde nog niet dat twee wereldoorlogen en diverse Europese oorlogen nog moesten worden uitgevochten. Emancipatie, democratisering, globalisering en automatisering waren nog onbekende begrippen.

 

De samenleving en daarbij De Sphinx is sinds de oprichting ingrijpend veranderd. Wanneer wij, zoals wij hier zitten, voor de ballotagecommissie van De Sphinx van 1866 hadden moeten verschijnen waren wij waarschijnlijk geen van allen aangenomen als lid: dames sowieso niet en de heren werden alleen toegelaten als op hun beroep, titulatuur en vooral hun afkomst niets was aan te merken. Adeldom was in die tijd een niet geringe aanbeveling.

 

Maar vooral in de laatste 40 jaar zijn de veranderingen nog sneller gegaan. Om daar een indruk van te krijgen heb ik mij gewend tot de weinige oudere leden, die die laatste 40 jaar hebben meegemaakt. Na het verscheiden van Mr Plantenga (1947) is het ons erelid en oud-penningmeester Drs Roodenburg (1964), die de oudste in anciënniteit is. Hij was in 1964 verreweg het jongste lid met zijn 46 jaar. Ook ben ik te rade gegaan bij de oud voorzitters Troost (hier aanwezig) en Goormans (hij laat u recht hartelijk groeten), alsmede secretaris Vilders, het lid Hoogewegen en het oud-lid Essenstam. Zij allen representeren De Sphinx zoals die vroeger was. Oude namen kwamen voorbij: Douma, Lint van Erk, Van Dijk, Kuiperie, de Kok, Konink, Martini, Van Gelder, Wagenvoort, Molly Geertsema, Luitse, Van der Laan, e.v.a. Zij allen zijn, met hun verdiensten en eigenaardigheden opgenomen in het Sphinx pantheon.

 

Hoe nu de vroegere Sphinx te typeren ?

Een gezellige, ietwat formele, herenclub, waar de leden, met meer of minder succes een voordracht “op niveau” hielden (niet altijd even boeiend, er viel wel eens een sleetje dia’s om, er vielen wel eens heren in diepe slaap, leden met een auditieve handicap klaagden soms luidop dwars door de lezing over het huns inziens fluisteren van de spreker). Bij het verkrijgen van het lidmaatschap werd bedongen, dat men wel bereid moest zijn een lezing te houden. Het bestuurslidmaatschap werd soms een hele eer geacht met name door de echtgenote van zo’n bestuurslid. Soms werd dit lidmaatschap als bijzonder leuk ervaren (het werd in zo’n geval niet zelden gezien als “geoorloofde uithuizigheid”). De dames mochten wel op de bijeenkomsten komen maar vooral geen lid worden.

 

De anekdote om de plaats van de vrouw in De Sphinx te illustreren volgt hier:

In de 70-er jaren ging de Zomersphinx naar het vestingstadje Naarden. Een bus geheel gevuld met Sphinx heren begaf zich op pad. De vrouw van een bestuurslid was bereid in haar auto enkele heren waarvoor geen plaats was in de bus, in haar auto te vervoeren. Enfin, de vestingwerken werden bezocht en men toog naar het restaurant voor de lunch. Tot stomme verbazing van  de vrouw van het bestuurslid werd haar de toegang tot de lunchzaal geweigerd; want de lunch was alleen voor de leden, dus heren van De Sphinx. Mevrouw was veroordeeld tot het nuttigen van een broodje in de chauffeurs kantine. Het broodje werd niet vergoed.

 

Wie was deze zo beproefde vrouw ? Zij beleeft nu haar “finest hour”, als volwaardig lid van De Sphinx en zou aan dit diner deelnemen (en niet bij de koks of bij de portier) maar om logistieke redenen kan zij niet in ons midden zijn: mevrouw Roodenburg.

 

Ik grijp nu de gelegenheid aan om een toast uit te brengen op ons oudste, in anciënniteit levende lid, die bovendien zo vriendelijk is om elk jaar ons allen een glas wijn aan te bieden. Op de heer Roodenburg !!!

 

De laatste twee jaar, met name, is onze vereniging sterk veranderd. Dames werden toegelaten, natuurlijk, dat had al veel eerder moeten gebeuren. Wanneer de, toch redelijk conservatieve societeit De Witte al in 1926 dames toeliet, dan is De Sphinx, daar wel erg laat mee geweest. Het ledental is toe-, de gemiddelde leeftijd enigszins afgenomen. Het gaat informeler toe op de bijeenkomsten en de vergaderingen.

 

De Sphinx heeft een grotere bekendheid gekregen dankzij een, onder het voorzitterschap van de heer Verkerk gestarte en door het huidige bestuur met kracht voortgezette, publiciteitsactie. Vele mensen in De Witte weten nu wat De Sphinx is. De weinige ongelukkigen, die nog onkundig zijn van ons bestaan zullen spoedig uit de droom  geholpen worden, dat kan ik u verzekeren.

 

Ik wil met uw welnemen het glas heffen en een dronk uitbrengen op onze vereniging De Sphinx. Moge de leden van onze vereniging zo tolerant met elkaar omgaan als wijlen ons lid Plantenga het op het diner in 1991 voor De Sphinx van toen constateerde !!!

 

Leve De Sphinx !!!

 

__________________________________________________________________________________

 

 

Toespraak gehouden op donderdag 23 februari 2010 door de secretaris de heer J. Koordes.

 

Vandaag zijn wij bijeengekomen om het 140 jarig bestaan van de vereniging De Sphinx te herdenken. Toch wil ik eerst met  u terug gaan naar het jaar 1866,  het jaar dat de vereniging is opgericht. Den Haag had   in dat jaar een inwoner aantal van ongeveer 65.000 personen. Toch gebeurde er nogal wat in Den Haag. In 1866 regeerde Koning Willem III die in 1879 prinses Emma van Waldeck-Pyrmont huwde. (de overgrootmoeder van onze huidige koningin Beatrix).

Vele beroemde componisten leefden in die periode o.a.: Tsjaikowski, Grieg, Verdi, Bizet, Wagner.

In die periode werden grote plannen gemaakt voor stadsuitbreidingen. O.a. voor de Stationsbuurt, Schilderswijk, Archipelbuurt, Bezuidenhout en Willemspark. In 1866 kreeg Den Haag de Nederlandse primeur van een interlokale paardentram die vanaf het Huygensplein naar Delft vertrok.  Ook in hetzelfde jaar werd Den Haag voor het laatst geplaagd door een cholera epidemie en in de winter van 1870-1871 voor het laatst door een grote pokken epidemie.

 

In deze turbulente periode, leefde de oprichter van de Vereniging Baron Mackay. Hij is geboren op 22 december 1839 in Den Haag en was ten tijde van de oprichting 26 jaar. Op 32 jarige leeftijd nam hij zitting in de Tweede Kamer der Staten Generaal en verhuisde in 1877 naar Engeland. Op 6 maart 1878 (39 jaar) ontving hij de titel van Lord Reay en werd lid van het Hogerhuis. Van 1885 tot 1890 was hij Gouverneur van Bombay. Op 18 oktober 1891 benoemde Koningin Victoria hem tot Pair van Groot-Brittannië en Ierland met de titel Lord Reay of Durness. Hij heeft in zijn tweede vaderland in verschillende hoge functies gediend, o.a. als Onderkoning van India en was in 1901 mede-oprichter van de Royal British Academy. Hij overleed op 81-jarige leeftijd te Earlston in Schotland in de zomer van 1921.

 

Geregeld verzamelde zich in Hotel Groot Keizershof, Buitenhof (46) in Den Haag een kleine vriendenclub. Daar werd het idee geboren, om op meer vaste tijden bij elkaar te komen. Baron Mackay stelde voor een vereniging op te richten.  De plannen werden verder uitgewerkt en op 28 maart 1866 werd tijdens een bijeenkomst in “Diligentia”aan het Lange Voorhout de vereniging opgericht.

 

Baron Mackay heeft voor de vereniging zelf de naam “De Sphinx”gekozen. De Sphinx, het grote stenen beeld met een leeuwenlichaam en mensenhoofd – als zinnebeeld van moed en kracht – alsmede aan het mensetende monster van Thebe, dat onoplosbare raadsels opgaf en door Oedipus werd gedood.

 

Volgens de eerste ledenlijst die is uitgegeven in 1868 waren 115 leden ingeschreven. Het betrof een vereniging met uitsluitend herenleden. Damesleden waren uitgesloten. In het eerste jaar werd de contributie vastgesteld op fl. 1,50 per jaar. Tijdens de bestuursvergadering gehouden op 31 januari 1873 werd vastgesteld dat de meeste leden nooit aanwezig zijn op de bijeenkomsten en de vergaderingen. Steeds waren dezelfde personen aanwezig. Hierop werd besloten om fl. 3,00 boete per lid op te leggen bij ongeoorloofd afwezig zijn. Men was toen van mening dat deze maatregel gestimuleerde om meer te komen.

 

Enige jaren na de oprichting voldeed de service in de Groot Keizershof niet meer aan de verwachtingen en men week uit naar andere locaties.  Een paar jaar werden de bijeenkomsten steeds in wisselende lokalen gehouden. Echter niet tot tevredenheid. Daarom werden nieuwe onderhandelingen gestart met Groot Keizershof en de vereniging kwam op het volgende akkoord. De kosten voor de vergaderingen in de 2 kamers en suite werd vastgesteld op fl. 10,00 per avond, inclusief vuur en licht, thee en koffie voor 15 cts per kop, punch of rumgrog voor 25 cts per glas, cognacgrog voor 30 cts per glas, beyersch bier voor 20 cts per halve fles en andere versnaperingen tegen redelijke prijzen.

Na enige tijd was men toch weer niet tevreden over de locatie. Er werd wederom geklaagd over de consumpties en het zou tochten in de kamer en suite. Daarom werd weer uitgeweken naar andere locaties. O.a. naar Hotel De Twee Steden aan het Buitenhof, Hotel Du Commerce in de Spuistraat, het Zuidhollandsch Koffiehuis aan de Groenmarkt, Café Restaurant Hollandais eveneens aan de Groenmarkt en Café Riche aan het Buitenhof.

 

Tijdens de Zomersphinx van 1913 gehouden in het American Hotel te Amsterdam werd bij de herdenking van het 100 jarig jubileum van onze onafhankelijkheid voor de eerste maal een afbeelding van een Sphinx gebruikt. Waarschijnlijk was dit een litho van de Sphinx met op de achtergrond de piramide van Gizeh.

 

Op zaterdag 12 oktober 1918 werd een bijeenkomst gehouden in het koffiehuis “De Kroon”aan het Spui. Hier werd voor het eerst de logo van “De Sphinx” gepresenteerd zoals deze nog steeds wordt gebruikt.

 

Het ledenaantal was nog steeds groeiende. In 1937 staan 280 leden ingeschreven. De  penningmeester is echter niet geheel tevreden. Tijdens een vergadering deelde hij mee dat 50 leden de contributie nog niet hebben voldaan. Besloten werd indien deze niet binnen een maand zijn voldaan een boete zal worden betaald van fl. 0,15 onkosten. De contributie bedroeg dan nog steeds fl. 3,50 per jaar en nieuwe leden betalen voor het eerste jaar fl. 4,00. Men is hier toch blijkbaar van geschrokken want in de volgende vergadering deelde de penningmeester mee dat alle leden hun contributie hadden voldaan. Helaas moest er in de volgende jaren weer worden gemaand.

 

Donkere tijden breken aan. De tweede wereldoorlog breekt uit op 10 mei 1940. Op 23 mei 1941 werd de Grote Zaal van Pulchri Studio aan het Lange Voorhout gehuurd voor de viering van het 75-jarig bestaan van de vereniging. Helaas kon het volledige programma niet worden afgewerkt aangezien de zaal om 23:00 uur moest zijn ontruimd. Ook moest er rekening worden gehouden met de laatste tram en busritten om 22:30 uur. Dit zou de laatste bijeenkomst zijn in de oorlogsjaren. Op last van de bezetter werd ”De Sphinx” op 11 juli 1941 opgeheven.

 

Op donderdag 15 november 1945 was weer de eerste bijeenkomst van “De Sphinx” in de Louis XV zaal van de Pulchri Studio. De bijeenkomst werd geopend door de voorzitter Luitenant Generaal W.J.C. Schuurman.  

 

In juli 1941 bij het opheffen van de vereniging waren er 280 leden ingeschreven. Helaas waren er in de afgelopen 4 jaren 60 leden overleden, 16 leden waren uitgeschreven door ziekte en van 13 leden waren geen adressen meer bekend. Zodat er in 1945 slechts 191 leden ingeschreven stonden.

 

In de jaren 1957 tot 1975 werden de bijeenkomsten gehouden in het Koninklijk Instituut van Ingenieurs aan de Prinsessegracht 23, Pulchri Studio aan het Lange Voorhout en Hotel Ambassador aan de Sophialaan. Vanaf 1975 kunnen wij tot volle tevredenheid gebruik maken van een van de zalen van de sociëteit De Witte.

 

In 1953 is er een enquête onder de leden gehouden over de toelating van dames tot het lidmaatschap van De Sphinx. Wat lang niet mogelijk was werd uiteindelijk wel mogelijk in 2003.  “De Sphinx” paste zich aan bij de moderne tijd. Met overgrote meerderheid van stemmen heeft men toen besloten de vereniging ook open te stellen voor dames. Het mannenbolwerk werd eindelijk doorbroken.

 

In de ledenvergadering van 1991 heeft men de verontrusting uitgesproken dat het ledenaantal flink is teruggelopen. Het aantal ingeschrevenen was toen 110 leden. Helaas zette de teruggang later verder door tot het dieptepunt van 53 leden.

 

Inmiddels zijn wij met mijn verhaal aangekomen in 2006. De vereniging kan zich nu verheugen in een groeiende belangstelling.  Door de inzet van het bestuur en leden zijn wij thans weer in de stijgende lijn. Nu staan weer 81 leden ingeschreven en diverse mensen hebben ook reeds belangstelling getoond. Mogelijk kunnen wij u bij een volgende ledenvergadering mededelen dat wij een vereniging hebben met 100 leden.

 

Terug kijkend kan worden vastgesteld dat diverse sprekers met wisselende, interessante onderwerpen lezingen hebben gehouden. Graag willen wij stimuleren dat ook leden van  “De Sphinx” in de toekomst hier aan hun steentje zullen blijven bijdragen want in de statuten staat vermeld: De vereniging heeft ten doel personen, die belang stellen in wetenschap of kunst, de gelegenheid te verschaffen om op geregelde tijden elkander te ontmoeten en van gedachten te wisselen. Na 140 jaar staan wij hier nog steeds achter.

 

 

 

Lustrum 2006